Dapper schud ik mijn hoofd als een marktkoopman in Istanbul zijn veel te hoge prijs noemt voor een armbandje. Hij weegt het opnieuw en noemt een iets lagere prijs. Ik kijk aarzelend, maak slecht geacteerde aanstalten om weg te lopen en de koopman rondt het bedrag nog iets af naar beneden. Ik ga overstag, maar weet al dat ik evengoed teveel betaal. Jaren later krijg ik een nieuwe kans om af te dingen, en boek ik zowaar succes.
Ik wil bestellen in mijn favoriete take away pizza/falafel/snackhuisje, maar weet alleen niet wat. Iets van pizza of salade of misschien wel allebei. Ik vraag om de kaart, maar die wordt momenteel herdrukt, en nee, de oude exemplaren zijn al weggegooid dus ik moet maar gewoon zeggen wat ik wil.
“Een pizza,” begin ik, “met groentjes.”
De Arabische verkoper suggereert een pizza Vegetariana, maar die gaat boven mijn studentenbudget. We sluiten een compromis: ik krijg een pizza met champignons, paprika en ui, een soort halve Vegetariana. Ook wil ik een salade… “… met feta?” suggereert de Arabier, en ik knik.
Hij rolt een deegbol uit, smeert er tomatenprut op en vraagt of ik olijven lust. Op mijn bevestigende antwoord strooit hij olijven uit over de pizza, die daardoor al bijna op een echte Vegetariana lijkt. Ondertussen vult een collega een bak met komkommer, paprika, maïs, olijf en feta. Ook de salade heeft niet te leiden onder de afwezigheid van een menukaart. Als de Arabier vervolgens zijn prijs noemt, haal ik mijn studentenkaart tevoorschijn. Ik herinner me namelijk van de vorige kaart dat studenten tien procent korting krijgen. Verbaasd kijkt de Arabier naar de extra olijfjes op de pizza.
“Is niet meer,” zegt hij, wijzend op mijn studentenkaart.
“Niet?” reageer ik teleurgesteld.
“Ok, laatste keer, voor speciale klant,” belooft de handelsgrage Arabier met een zucht.
Buiten kan ik, Hollands als ik ben, een grijns niet onderdrukken: een EXTRA belegde pizza en een ROYAAL gevulde saladebak, gekocht met tien procent KORTING. De eerstvolgende keer dat ik een bazaar bezoek, vertrek ik er niet zonder kruiden, sjaaltjes en thee tegen de inkoopprijs te kopen.
Voor wie het nog niet wist: Google, ons aller steun en toeverlaat, heeft een nieuw algoritme uitgerold. Eerst alleen in de VS maar binnenkort ook in Europa: het Panda-algoritme. Ik lees erover op Publishr, die bij het bericht meteen een mooie pandafoto plaatsen. Zou ik ook doen. Want hoewel ik niet weet hoe een algoritme eruitziet, weet ik wel dat het onmogelijk meer vertederend kan zijn dan een panda. Ik weet eigenlijk zelfs niet precies wat een algoritme is, maar omdat Google het begrip heeft gekoppeld aan mijn lievelingsbeest ga ik meteen op zoek naar de definitie.
Wikipedia vertelt me dat “een algoritme een eindige reeks instructies is - meestal voor berekening of dataverwerking - om vanuit een gegeven begintoestand het daarbij behorende doel te bereiken”. Aaaaaaaaha… Gelukkig wordt er een simpel voorbeeld bij gegeven: een recept voor aardappelsalade is een algoritme dat uit instructies bestaat als ‘schil de aardappel’ en ‘kook de aardappel’.
Maar wat is de een Panda-algoritme? Met het Panda-algoritme wordt in de index de relevantie van websites bepaald. Daarbij let het Panda-algoritme vooral op kwaliteit. Iets dat het Panda-algoritme zich afvraagt is: Is dit artikel geschreven door een expert? Slimme vraag, slimmer dan ik van een panda had verwacht. Zou Google meer vertrouwen in het intellect van de panda hebben gehad dan ik of heeft die afweging geen rol gespeeld bij het kiezen van een naam?
Wie het weet mag het zeggen. Ik denk dat de verzinner van de naam zich ervan bewust is dat grote bedrijven die zich niet duurzaam profileren binnenkort kunnen vertrekken. Nike produceert toch ook niet zomaar sneakers For a Better World? En dus doet Google nu iets met de panda. Een beetje genept van het Wereld Natuurfonds als je het mij vraagt, maar vooruit. Mits Google een riant percentage van de winst investeert in bamboe...
Enchanted begint als een standaard Disneysprookje over een meisje met lange, blonde haren en een wespentaille. Het meisje luistert naar de betoverende naam Giselle, kan zingen als de zeemeermin en is beste maatjes met eekhoorntjes, witte duiven en allerlei andere vertederende beestjes. Ook verlangt ze naar een droomprins, die toevallig net voorbijrijdt als ze in de problemen zit. Maar een voorspelbaar ‘en ze leefden nog lang en gelukkig einde’ heeft dit sprookje niet.
Een boze stiefmoeder duwt Giselle in een put. Een duw die behalve de plot ook mijn rotsvaste vertrouwen in Disneysprookjes verandert. Giselle komt terecht in New York City, waar ze schrikt van de haast van New Yorkers. New Yorkers weten zich op hun beurt geen raad met de naïviteit en suikerzoete sprookjesliedjes van Giselle.
Droomprins Edward springt zijn bruid met getrokken zwaard achterna, scheidingsadvocaat Robert brengt Giselle ondertussen het belang bij van daten. Daten is volgens hem, en met hem vele andere niet-sprookjesfiguren, de perfecte manier om iemand te leren kennen, en te beoordelen of het klikt. Giselle lijkt niet te weten wat ze met die informatie aanmoet maar vraagt Edward, zodra die Giselle heeft gevonden, om een date.
Ik kan het einde inmiddels wel verklappen: de date valt tegen en Giselle trouwt niet met Edward, maar met Robert. Om Edward niet al te lullig af te schilderen wordt de ex van Robert opgevoerd als perfecte vervanging van Giselle. Eind goed, al goed, alleen zit ik nu met de vraag: passen Belle en het Beest, Ariël/Assepoester/Doornroosje/Sneeuwwitje en hun prinsen wel bij elkaar? Of brengt een wandeling door Central Park ook hun op andere ideeën? En zo ja, wordt het dan niet eens tijd voor een datingsite voor sprookjesfiguren?
Ik ben toch niet gek. Je kent ‘m vast, deze slogan van de Media Markt. Je brengt ‘m in praktijk door er iets te kopen dat elders meer kost, want je wil natuurlijk niet gek zijn. Ook ik bezoek de Media Markt wel eens, bijvoorbeeld voor een nieuwe muis.
Binnen krijg een ik lootje. Onder de roltrap staat een podium waar klanten één voor één hun lootje kunnen inruilen voor een pasje. Dat pasje wordt gescand door een presentator die vervolgens door de microfoon blèrt wat je hebt gewonnen. Als ik aankom staat er een flinke rij voor de grabbelton en de geforceerd enthousiaste toon van de presentator verraadt dat hij al heel wat uurtjes oneliners als “Proficiat, das een mooie prijs!” uitkraamt. Niettemin sluit ik aan, benieuwd wat ik ga winnen.
€5,- korting op Universal Music. Geen recordbedrag, maar muziek is altijd welkom en een gegeven paard… Voor ik me naar de cd’s begeef, wil ik een muis uitzoeken. Ik ben er net achter dat de muizen van Hama het goedkoopst zijn als ik de presentator hoor roepen “€5,- korting op Hama elektronica, een héle mooie prijs!”. Bij de roltrap wacht ik de winnaar op. Ik feliciteer hem met zijn prijs en vraag of hij al een Hama product in gedachten heeft. Heeft ie niet, sterker nog, hij weet niet wat Hama is.
Precies het antwoord waar ik op hoop, dus ik wijs de winnaar op de vele cd’s waar ik met een Universal Musiccard uit mag kiezen. En passent laat ik vallen dat ik een muis wil kopen, misschien wel van Hama. “Das wel heel toevallig,” zegt de winnaar, oprecht verbaasd. We ruilen onze pasjes en ik denk bij mezelf “Toevallig? Kom nou zeg, ik ben toch niet gek?”
Op vakantie maak ik kennis met een elektrische kookplaat. Samen met een vriendin probeer ik er lasagne mee op te warmen, dat mislukt en we verkassen naar een pizzeria. Ik schrik dan ook als ik bij mijn kotbezichting een elektrische kookplaat zie staan. Wat moet er van mijn warme maaltijden terechtkomen? Ben ik veroordeeld tot de frituur en word ik in één studiejaar tien kilo zwaarder?
Het valt mee, mijn eerste gerecht (een gebakken ei) is zowaar eetbaar. Trots zeg ik tegen iedereen dat ik op elektrisch gas heb gekookt. Pas als een of andere wijsneus me vraagt wat ik daar precies mee bedoel, realiseer ik me dat wat ik zeg niet klopt. Elektrisch gas bestaat natuurlijk net zo min als vloeibaar ijs. Maar blijkbaar associeer ik koken nog steeds met gas.
Ik vergeet bovendien dat het feit dat je geen vlammen ziet niet betekent dat de kookplaat niet heet is. Daarom heb ik laatst een gat in het snoer van mijn waterkoker gebrand. Ik had het snoer heel elegant langs de rand van kookplaat gedrapeerd, maar die wordt natuurlijk ook loeiheet. Gelukkig begon de boel net op tijd te stinken…
Ik zou mezelf niet zijn als ik zo’n soort vergissing niet nog eens maak. Dus als de telefoon gaat terwijl ik een vergiet in m’n handen heb, zet ik het vergiet vrolijk op de hete kookplaat. Als ik na een kwartiertje ben uitgepraat en terugloop naar de keuken, tref ik een vloeibaar vergiet aan. Wat de combinatie van een plastic vergiet en een elektrische kookplaat al niet teweegbrengt…
Driemaal is scheepsrecht, schijnt. Dus wat staat me nog te wachten? Wordt een blik maïs per ongeluk popcorn? Of beter nog: verandert mijn chocopasta in warme, gesmolten chocolade? Ik schuif de blikken en potten maar vast wat dichterbij de kookplaat. Wat originele, ‘culinaire’ hoogstandjes betreft mag je het lot best een handje helpen.
Heb je al eens goed naar de tekst van Rihanna’s nieuwste hit geluisterd? “Now the pain is my pleasure cause nothing could measure” en “sticks and stones may break my bones”?! Het nummer heet S&M, maar omdat ik Rihanna zag als een onschuldig popzangeresje, had ik in eerste instantie de link met SM niet gelegd. Is waarschijnlijk ook precies de bedoeling, dus mijn complimenten voor deze geraffineerde aanpak. Ik vraag me alleen af wat zo’n nummer teweegbrengt onder ‘de jeugd van tegenwoordig’.
Rihanna lijkt me de Britney Spears van de 21ste eeuw, en dus iemand die aanbeden wordt door tieners. Jongens willen een vriendin als Rihanna, meisjes willen zijn als Rihanna. En dat betekent verpakt zitten in plasticfolie, worden opgehesen aan roze touwen en zo suggestief mogelijk bananen eten.
“Na na na na
Come on, come on, come on
I like it-like it
Come on, come on, come on”
De tekst dreunt als een mantra door m’n hoofd, maar bananen associeer ik nog steeds liever met de laatste mode.
Een Groot Volksfeest. Dat is wat de Belgen organiseren als ze, op 17 februari jl., 249 dagen zonder regering zitten. Ze beweren daarmee een Guiness World Record te hebben gevestigd, hoewel de Guiness World Record website iets anders laat zien…
Los van deze verwarring (misschien slechts een technisch mankement?) valt me op dat de regeringsloosheid sommige Belgen aanmoedigt om zich extra te laten gelden. Zo moet het artistieke project Map of Belgium “België terug op de kaart zetten”. Klik op informatie over het project en de eerste zinnen die je ziet zijn: “So you think Belgium is dull, grey, boring and ridiculously incapable of getting its act together (yeah, we’re the world record holder for a country without government)? Actually, there’s great stuff happening in Belgium.” Dat neigt toch op z’n minst naar een minderwaardigheidscomplex?
Hoe dan ook, om te laten zien dat er dus “great stuff” gebeurt in België is bovenstaand filmpje ontwikkeld. Kleurrijke, door artiesten belangeloos ontworpen, onderbroekjes passeren de revue in een drie minuten durend filmpje. Het project is niet origineel, maar een ietwat brave variant op de clip van Amanda Palmer (zangeres met okselhaar) waarin meiden hun ‘map of Tasmania’ showen. Ook de muziek is hetzelfde. Toegegeven, ik ben dol op lingerie en heb het filmpje met plezier bekeken. Een voorbeeld van de grootse dingen die gebeuren in België vind ik het echter niet.
Ik ben meer onder de indruk van de manier waarop België het Museum aan de Stroom (MAS) op de kaart heeft gezet. Het wordt, nog voor de opening, vergeleken met het New Yorkse Guggenheim Museum en het Parijze Louvre. Dat getuigt in ieder geval van een PR-manager met verstand van zaken. Het museum toont stukken uit zo’n beetje alle Antwerpse musea, en dat vind ik nog steeds een groot nadeel. Ik vrees dat toeristen vanaf nu slechts het MAS induiken en de kleine, ouderwetse museumgebouwen overslaan. Gebouwen zijn medebepalend voor de sfeer van een collectie en het is nog maar de vraag of het hypermoderne MAS de stukken tot hun recht doet komen.
Ietwat sceptisch heb ik het museum afgelopen zaterdag dan ook bezocht, maar eerlijk is eerlijk: het MAS mag er zijn. Fenomenaal uitzicht, indrukwekkende collectie, ingenieuze architectuur en een audiovisueel vuurwerkspektakel dat zich kan meten met het betere Nieuwjaarsvuurwerk. Ik ga ervanuit dat er minstens zo hard wordt geknald zodra België weer in het bezit is van een regering. En ik hoop, met het oog op mijn naderende vertrek naar Nederland, dat het niet al te lang meer duurt.