Posts tonen met het label festival. Alle posts tonen
Posts tonen met het label festival. Alle posts tonen

dinsdag 2 november 2010

Zwart Water

Mijn favoriet van het Nederlands Filmfestival is zonder twijfel Zwart Water. In deze psychologische thriller verhuist een Nederlands gezin naar een Belgisch landhuis waar de negenjarige dochter Lisa wordt geplaagd door visioenen van een meisje dat beweert het dode tweelingzusje van Lisa’s moeder te zijn. Een afgelegen, oud huis, het zien van overleden familieleden, het zijn op het eerste gezicht eerder ingrediënten voor Scary Movie deel zoveel dan voor een psychologisch pareltje. Maar zodra het gezin voet over de drempel van het landhuis zet, zit ik op het puntje van mijn stoel.

Voortdurend vraag ik mij af of het mogelijk is dat Lisa het dode meisje echt ziet of dat het een net zo nep gegeven is als duurzame Nestlé chocola. Googelen naar ‘dode mensen zien’ brengt mij algauw op de site van medium (of mediageil charlatan?) Derek Ogilvie. Een site die Van Strien ook zeker bekeken heeft: ‘Ik was niet bang om overleden mensen te zien. Ik was meer overstuur omdat ik het tegen niemand kon vertellen. Ik wilde niet dat men me raar vond. Ik was me heel bewust, zelfs op die jonge leeftijd, van bewijs en wist omdat de verbinding met die bewuste spirit niet sterk was, dat ik niet bewijzen kon wat ik zag. Ik wilde er gewoon bijhoren bij mijn familie en vrienden, zoals ieder kind van 9 jaar oud.’

Het verschil tussen Zwart Water en Ogilvie is alleen dat Zwart Water de mythe dat kinderen dode mensen kunnen zien uiteindelijk ontkracht. Terwijl Ogilvie onlangs een theatertour is begonnen waar sensatiezoekers hem live telepathisch kunnen zien doen. Hoe zou een gesprek tussen beide heren verlopen? Ik kijk uit naar een ontmoeting, al dan niet in levende lijve.

donderdag 9 september 2010

Bekerrapertjes

Een kleine tien jaar geleden gooide ik tijdens de Uitmarkt een plastic bekertje op de grond. Nog voor het bekertje goed en wel de grond raakte werd ie al geraapt door de man naast me. Een milieuactivist? Welnee, gewoon geldbelust: voor het bekertje had ik – zonder dat ik het wist – een euro statiegeld betaald.

Zo makkelijk is geld niet meer verdiend. De meeste festivals geven bezoekers een muntje (meestal zo’n €2,50 waard) als ze tien à twintig bekers inleveren. Het Vlielandse Into The Great Wide Open wilde onlangs veertig bekers zien voor ze een muntje gaven. ‘Wat veel’, dacht ik toen ik dat las, maar als snel wenste ik dat er honderd bekers voor een muntje nodig waren. De bekerrapertjes bleken een plaag.

Daderprofiel
Een bekerrapertje j/m ziet er meestal verdacht schattig uit. Leeftijd: 3-12. Haarkleur: overwegend blond. Overige kenmerken: assertief, doortastend, niet-op-het-mondje-gevallen, kortom: hondsbrutaal.

Hoe gaan ze te werk? Zoals er meer wegen naar Rome leiden verschilt ook de weg naar een muntje. ‘Mag ik jouw beker?’ is een veelgehoorde vraag, die logisch is, behalve als de beker nog vol zit. Een lege beker oprapen en meenemen is ok, tenzij de beker als afvalbak diende en het afval door het bekerrapertje op de grond wordt gegooid. Ook opmerkelijk: bekerrapertjes die voor je neus blijven wachten tot het biertje op is. De krantenkop: ‘Bekerrapertje brengt nacht door in cel wegens diefstal van bekervoorraad’ had me niet verbaasd.

‘Laat je drankje nooit onbewaakt achter’, waarschuwden mijn ouders vroeger. Nu pas begrijp ik waarom: een bekerrapertje is er zo mee vandoor. Op Into The Great Wide Open bewaakte ik een biertje met mijn leven. En als het op was? Dan joeg ik de plaag mijn buurt uit door het bekertje zo ver mogelijk weg te gooien. Liefst richting derde wereld, waar het rapen van plasticafval voor sommige kinderen van levensbelang is.

zaterdag 27 februari 2010

Vraatzucht

Vies eten en scheten laten. Twee dingen waar ik niks mee heb. Twee dingen die centraal staan in een walgelijke voorstelling – jij mag raden hoeveel uur lang. NTGents La grande bouffe gaat over een viertal mannen die zich doodeten, twee vrouwen staan erbij en kijken ernaar. Ook ik kijk. Maar waarom?

Niet om me te realiseren dat ik voor de voorstelling beter niet om de dessertkaart had kunnen vragen en een Dame Blanche te bestellen (die geserveerd werd met een negerzoen, ik vraag me nog steeds af wat de kok mij daarmee heeft willen zeggen?). Ook niet om daarna tekeer te kunnen gaan over onze consumptiemaatschappij, want daar heeft iedere idioot zijn mond vol van. En zeker niet voor de hompen vlees waar het toneel mee is gevuld: alles behalve jammie voor een vegetariër.

Bij het lezen van de beschrijving ‘een langgerekte orgie van vreten en seks’ ben ik zo naïef geweest om te hopen op sensuele taferelen: lange tafels, Griekse godinnen, bokalen… maar zelfs het trosje druiven ontbreekt.

La grande bouffe confronteert met een vraatzucht die zo schaamteloos is dat ik mij er niet alleen niet in kan inleven, maar het ook niet kan opbrengen om ernaar te kijken. Als het schetenlaten begint wens ik zelfs dat ik er niet naar hoef te luisteren.

Toeschouwers die zich aangesproken voelen (ja, die zijn er ook) passen de ‘altijd blijven lachen’ tactiek toe. Het toeval wil dat ik na afloop in de tram achter zo’n Bassie en Adriaan koppel kom te zitten. Ze laten nepscheten tot aan het eindpunt: regisseur Johan Simons zou jaloers zijn geweest op hun goed doordachte, artistiek hoogwaardige toegift.

dinsdag 22 december 2009

Gaarkeuken

Dringen, duwen, graaien, snaaien. Het is niet aardig, maar wel begrijpelijk als je in de rij voor een gaarkeuken staat en misschien al dagen, zo niet weken, niet of nauwelijks hebt gegeten. Maar dat was niet het geval toen ik vorige week op de Winterparade in de rij stond voor een bordje pasta.

Ik stond tussen mensen, vrijwilligers nota bene, die goed doorvoed door het leven gaan. Eens per jaar worden zij voor hun vrijwilligerswerk bedankt met een gratis entreekaartje en maaltijdcoupon voor de Winterparade in de Amsterdamse Gashouder.

Het bedankje valt in de smaak. Niet zozeer vanwege de paradevoorstellingen, eerder omdat er gratis mag worden gegeten. André Amaro, een klein mannetje met een enorm kooktalent, roert in een pan pasta die de omtrek van een ouderwets rijtuigwiel heeft. Toegegeven, er zijn meer vrijwilligers dan er pasta in de rijtuigwielpan past, maar er is ook brood, salade, soep – en daarbij kan de pasta in een tweede rijtuigwielpan elk moment gaar zijn.

Toch storten de vrijwilligers zich op pastapan 1 alsof ze al weken niet hebben gegeten. Ze graaien de pasta met hun handen uit de pan, sommigen zijn in hun hebberigheid zelfs vergeten een bord te pakken. Verbouwereerd laat ik me opzij dringen en duwen door de hongerig snaaiende knutselbegeleiders in verzorgingstehuizen, mensen die allochtonen leren fietsen in het Vondelpark en scheidsrechters van plaatselijke voetbalclubs.

‘Lieve mensen, rustig aan. Zullen we doen dat ik opschep, want ik weet precies hoe deze pasta het lekkerst smaakt.’ Naast kooktalent blijkt Amaro ook sociaal sterk. De vrijwilligers, gewend om zelf degene te zijn met de touwtjes in handen, formeren met moeite een soort van rij. Het enige dat hun foodfight verraadt is de sliert pasta in de haren van de vrouw voor me.

Bij jullie thuis gaat het er ongetwijfeld beschaafder aan toe dan op de Winterparade. Mijn kerstboodschap daarom: liever lezers, eet smakelijk en pas op voor rondslingerende slierten pasta.

zondag 29 november 2009

Doodgaan

Dromen dat je over een jaar sterft. Het overkomt de Schotse regisseur Amy Hardie. Vanaf dat moment besluit ze elke dag van haar leven te filmen, wat leidt tot The Edge of Dreaming, een surreëel pareltje te zien tijdens IDFA.

Wat zou ik doen, vraag ik me af, als ik nog maar één jaar te leven heb?

Gewoon doorwerken, alsof er niets aan de hand is?
Al mijn spaargeld besteden aan vakantiebestemmingen (die, eenmaal aangekomen, toch niet zo fantastisch zijn als in de folder) of kledingstukken (die ik, zelfs als ze lekker zitten, maar kort zal dragen)??
Spontaan ontzettend familieziek worden???

Ziekenhuisbeelden vestigen mijn aandacht weer op het filmscherm. Doktoren constateren een ernstige longafwijking bij Hardie, haar longen functioneren nog maar voor 60%. Hoe werkelijk is een droom? Hardie neemt het heft in handen, leest Jung, raadpleegt neuropsychologen en zelfs een sjamaan.

Eindigt The Edge of Dreaming met Hardies 49ste verjaardag of met haar dood? See for yourself in deze dromerige Doc for Sale waar Hardie research en emotie en psyche en natuur kleurrijk samensmeedt.

dinsdag 15 september 2009

Ooit een vrouw met een baard gezien?

'Wil je straks gratis naar het Theater Festival?' Op zo'n vraag zeg ik geen nee, en dus zat ik vrijdagavond zomaar op rij 1 in de Brakke Grond. Voor mij een imposant poppenhuis op een frisgroen grasveld, het zag er sprookjesachtige uit. Toch voelde ik al snel dat ik niet in een gelukkig sprookje was beland. Aan het grasveld grensde een donker woud, waar mannen twee gezichten hebben en vrouwen een baard…

Theatermaakster Manah Depauw zet hoofdpersoon Johnson neer als een Janus, een man met twee gezichten. Vandaar ook de titel van de voorstelling: Johnson & Johnson. Johnson is een jager en in het bos ontmoet hij een meisje met een baard, dat snakt naar een pijnstiller. Haar lot in dit bizarre 'sprookje' is bezegeld als Johnson een pijnstiller in zijn broekzak blijkt te hebben: ze trouwt hem om haar pijnstillerverslaving te bevredigen.

Zoals altijd in (nare) sprookjes heeft ze ook een belofte moeten doen: ze mag Johnson niet van voren aankijken. Als hun blikken elkaar per ongeluk kruisen in de spiegeling van het badwater, slaan de stoppen door bij Johnson en verandert hij haar hart in een steen.


Het meisje gaat op zoek naar een oplossing. Ondertussen zie je op videobeelden Sneeuwwitje ronddartelen in het dierenbos. Het meisje lijkt de op Sneeuwwitje, al is ze niet zo zorgeloos en evenmin zo mooi. Om aan te geven dat een vrouw nooit 100% vrouwelijk is, maar altijd ook mannelijke eigenschappen bezit, heeft Depauw haar een baard gegeven. Ooit wel eens een naakte vrouw met een baard gezien?! Het is iets waar je – hoe dan ook – gefixeerd naar kijkt.


De voorstelling komt tot een climax als het meisje Johnson voor het gerecht daagt. De zaak loopt bloederig uit de hand, wat viel te verwachten in een sprookje dat steeds meer wegheeft van een horrorfilm. Depauw speelt in
Johnson & Johnson met uitersten en daarmee houdt ze je – of je wil of niet – in haar greep.

Manah Depauw - Johnson & Johnson
Gezien: 4 september in de Brakke Grond in Amsterdam.
Deze voorstelling was onderdeel van het Theater Festival

maandag 14 september 2009

Kan Niet Meer Inschatten

‘Kan Niet Meer Inschatten’, schrijft een NUjij redacteur over het KNMI. Een briljante woordspeling waarmee de redacteur doelt op het weeralarm dat het KNMI op donderdag 20 augustus afgaf. Ik zou die dag de opening van het Groningse Noorderzon festival verslaan en daarmee de voorpagina halen (van de website waar ik voor schrijf). Maar het weeralarm bleek dominanter…

‘Zware onweersbuien.’ Ik zag de geknapte leidingen boven het spoor van Amsterdam naar Groningen al voor me. ‘Hagelstenen zo groot als pingpongballen.’ Noorderzon staat bekend om het experimentele aanbod, maar om met een batje op mijn hoofd het terrein te betreden? Hoe dieper ik de media indook, hoe harder het alarm klonk. Toen ik las over windstoten die mij met 115 km/u van het festival af zouden blazen stond mijn besluit vast: ik bleef thuis.

Resoluut pakte ik de telefoon. De zon kriebelde plagerig op mijn wangen. Noorderzon nam op, ik meldde mij af en hing met gloeiende wangen op. De windstoten, de redenen waarom ik thuis bleef, waren ondanks hun verwachte snelheid nog in geen velden of wegen te bekennen.
De volgende ochtend was er geen afgewaaide tak te zien op straat. Hoog tijd om mezelf te kwellen en op internet te zoeken naar unieke, onvergetelijke, ‘dit-had-je-niet-mogen-missen’ Noorderzon ervaringen. Ze bleken net zo min te bestaan als de windstoten. De reden? Niet alleen ik, maar ook de festivalorganisatie bleek beïnvloed te zijn door de media.

De opening was afgelast.

Honderden bezoekers teleurgesteld, honderden kaarten voor niets verkocht en geen enkele voorstelling uitgevoerd. En dat vanwege van een stel onweersbuien, waarvoor Fons van Loy, hoofd Weerkamer van de KNMI, algauw de creatiefste verklaringen vindt: ‘Vergelijk het met een snelkookpan. De druk neemt aan de onderkant toe, tot het ventiel en alle druk eruit schieten. We weten dat dit soort buien kunnen ontstaan, alleen niet exact waar en wanneer.’ De media reageren hier even heftig op als op het weeralarm. ‘Kan Niet Meer Inschatten’, schrijft de NUjij redacteur. Wie kunnen er niet meer inschatten? Zijn dat niet de brengers van het nieuws, de media zelf?