zondag 7 maart 2010

Ramptoerist

Sommige mensen gaan op vakantie en vergeten hun paspoort. Ik niet. Ook onderweg naar Sevilla, via de luchthaven van Düsseldorf, heb ik m bij me. Alleen is 'ie niet meer geldig…

Ik zit in de trein, heb niks te doen. Blader door mijn paspoort en ben in gedachten even overal: in een hangmat, onderwater, op safari… overal behalve bij praktische zaken. Ik bestudeer mijn paspoortfoto – ook al zoiets wezenlijks belangrijks. Per ongeluk valt mijn oog op de geldigheidsdatum: 10 FEB 2010.

Het is vandaag: 20 FEB 2010. 20 FEB 2010! Waaaaaaaaaaaaaaaaaah aaaaaaaaaaaaaaaah aaaaaaaaarghhh!!! Ik ben onderweg naar Sevilla met een ongeldig paspoort.

Daar zit ik dan, in de trein, zonder kaartje (trein op het nippertje gehaald, vergeten een kaartje te kopen, je kent het wel) en zonder geldig legitimatiebewijs. ‘Goedemorgen!’ Zo opgewekt, onschuldig mogelijk groet ik de conducteur terug en… hij loopt door?!?!

Nu de douane nog… De batterij van m’n telefoon is bijna leeg (het zal niet), maar ik kan nog net op internet vinden dat de marechaussee op Schiphol noodpaspoorten verkoopt aan ramptoeristen zoals ik.

Naast de noodpaspoortenbalie staat – heel strategisch – zo’n afgrijselijk pasfotohokje, dat natuurlijk mijn enige €2 munt inslikt. Als ik in de AH to go een flesje sinaasappelsap afreken – en the custumor from hell uithang door wisselgeld van een tientje in munten terug te vragen – realiseer ik me dat ik de hele dag nog niets heb gedronken. Geen wonder dat het pasfotohokje me na mijn 2e poging fotootjes van een hologige zombie uitspuugt.

De marechaussee is me zowaar goedgezind: ‘Ik vind het prachtige foto’s’, 25 minuten wachten, €44,05 armer en vele formulieren later (ze moeten de schijn van hun bureaucratische imago natuurlijk wel in stand houden) later ben ik de trotse bezitster van een knalroze noodpaspoort waarmee ik niet naar de Verenigde Staten en vage eilandgroepjes mag, maar wél naar Sevilla!

Ik trek een sprintje naar de dichtstbijzijnde telefoonwinkel voor een oplader (want die heb ik natuurlijk niet in mijn tas gestopt) en pak zonder verdere bagagecheck de eerstvolgende trein naar Düsseldorf. Of ik mijn ticket bij me heb is van later zorg.

zaterdag 27 februari 2010

Vraatzucht

Vies eten en scheten laten. Twee dingen waar ik niks mee heb. Twee dingen die centraal staan in een walgelijke voorstelling – jij mag raden hoeveel uur lang. NTGents La grande bouffe gaat over een viertal mannen die zich doodeten, twee vrouwen staan erbij en kijken ernaar. Ook ik kijk. Maar waarom?

Niet om me te realiseren dat ik voor de voorstelling beter niet om de dessertkaart had kunnen vragen en een Dame Blanche te bestellen (die geserveerd werd met een negerzoen, ik vraag me nog steeds af wat de kok mij daarmee heeft willen zeggen?). Ook niet om daarna tekeer te kunnen gaan over onze consumptiemaatschappij, want daar heeft iedere idioot zijn mond vol van. En zeker niet voor de hompen vlees waar het toneel mee is gevuld: alles behalve jammie voor een vegetariër.

Bij het lezen van de beschrijving ‘een langgerekte orgie van vreten en seks’ ben ik zo naïef geweest om te hopen op sensuele taferelen: lange tafels, Griekse godinnen, bokalen… maar zelfs het trosje druiven ontbreekt.

La grande bouffe confronteert met een vraatzucht die zo schaamteloos is dat ik mij er niet alleen niet in kan inleven, maar het ook niet kan opbrengen om ernaar te kijken. Als het schetenlaten begint wens ik zelfs dat ik er niet naar hoef te luisteren.

Toeschouwers die zich aangesproken voelen (ja, die zijn er ook) passen de ‘altijd blijven lachen’ tactiek toe. Het toeval wil dat ik na afloop in de tram achter zo’n Bassie en Adriaan koppel kom te zitten. Ze laten nepscheten tot aan het eindpunt: regisseur Johan Simons zou jaloers zijn geweest op hun goed doordachte, artistiek hoogwaardige toegift.

donderdag 18 februari 2010

Amsterdamse in Utrecht


Daar gaat ie. Ik strek mijn hand uit om m terug te kunnen trekken, maar het is te laat.

Na 24 jaar Amsterdam is wonen in Utrecht wennen. Om niet te zeggen een CULTUURSHOCK met alles erop en eraan. Denk aan: wakker worden van geloei en je realiseren dat je niet naar de Westerkerk-met-nieuwe-klokkenluider luistert, maar naar de Dom. Of als een toerist vraagt of je bekend bent ‘ja’ zeggen en vervolgens niet weten waar de Europalaan ligt (gelukkig maar begrijp ik later, want dat is de Utrechtse Theemsweg). Of, erger nog, als een Utrechtenaar je iets vraagt ‘I don’t understand you’ antwoorden, omdat ze een afgrijselijk, onverstaanbaar accent hebben – vrienden, trek asjeblieft mijn tong er uit als ik het overneem!

Onbekend zijn in eigen stad is een handicap, die niet alleen frustreert maar ook vervelende gevolgen kan hebben: zo mikte ik gister een belangrijke brief in de gleuf ‘streekpost’. Even vergeten dat dat in Utrecht natuurlijk niet de postcodes 1000-1119 zijn. Ook ben ik, onderweg naar huis, al een paar keer in de trein naar Amsterdam gestapt. Gelukkig voor mij ligt Amsterdam Amstel op hetzelfde traject als Utrecht Centraal en stapte ik op het nippertje toch steeds goed uit.

Het ‘Englishmen in New York gevoel’ zal nog wel even aanhouden. Maar, en dat moet ook worden gezegd, het ontdekken van de lekkerste broodjeszaak van het land (met bediening zonder Utrechts accent, want Italiaans) maakt dat ik in ieder niet lijd met lege maag.

vrijdag 12 februari 2010

Grote boze (geld)wolf

Ik heb mijn televisie nog niet terug of de volgende psychisch gestoorde buurman dient zich aan:

Tringggggggggg. Ik ben zo naïef om zonder te kijken de deur open te doen.
‘IK KRIJG NOG GELD VAN JE.’
Mijn verbaasde blik is niet gespeeld.
Met zijn grote hoofd gevaarlijk dicht bij het mijne schreeuwt de grote boze (geld)wolf me toe dat hij al drie maanden mijn ramen lapt, dat ik maar niet betaal, en dat hij NU zijn geld komt halen.
Allemaal goed en wel, maar mij is niets gezegd over een glazenwasser. Natuurlijk was mij opgevallen dat mijn ramen eens in de zoveel weken meer blonken dan anders, maar dat het mijn taak was om die neanderthaler-met-wolvenkop te betalen had niemand mij verteld. Dus: ‘Ik zal hierover contact opnemen met de eigenaar en het je laten weten als ik het geld heb. Waar woon je?’
Maar dat wil hij niet vertellen. Meneer de grote boze (geld)wolf ‘KOMT TERUG’.

Knock knock. Nog half in slaap wil ik mijn wekker uitzetten, maar het geklop houdt aan. Wat is dat voor geluid? Waar komt het vandaan? Slaperig open ik een gordijn – en kijk recht in het gezicht van de grote boze (geld)wolf. ‘MIJN GELD’, brult het gezicht. Ik hoop dat dit een droom is, dat ik niet echt in een dun nachthemd door het raam kijk naar een griezel met een groot hoofd dat om geld schreeuwt.

Tringggggggg tringgggggggggg. Dit drammerige belletje ken ik. Ik laat de gordijnen dicht, open niet meteen deur, maar spiek eerst even door het gangraam. Grote boze (geld)wolf blijkt niet gek en grijnst me toe. Even ben ik verbaasd, ik woon op 3hoog, dan besef ik dat hij op zijn ladder staat (!). Nog voor hij zijn muil open kan trekken hervind ik mijn kalmte: ‘De eigenaar heeft het geld overgemaakt. Ik ga mij eerst aankleden en dan voor je pinnen. Je kunt het geld vanmiddag komen ophalen, en hoeft niet meer terug te komen. Ik lap mijn ramen liever zelf.’

De grote boze (geld)wolf schreeuwt mij toe dat me dat ik dat niet kan. Ik negeer hem, uitleg over het verschil tussen kunnen en willen lijkt me aan hem niet zo besteed.

donderdag 4 februari 2010

Bert Visscher in een tuigje

Ik lach niet. Ik lach niet. Ik lach niet. Ik… Hihi… Hahaha! Altijd hetzelfde liedje als ik naar Bert Visscher kijk. Jeweetwel, die cabaretier die sneller praat dan je als normaal mens voor mogelijk houdt, graag gek giechelt en minstens elke vijf minuten een huppelsprongetje maakt. Als op-en-top ADHD’er werkt Visscher gemakkelijk op iemands zenuwen, in ieder geval op die van mij.

Maar omdat je nou eenmaal af- en toe je grenzen moet verleggen ben ik naar de voorstelling De reis om de wereld in 80 dagen geweest – met Bert Visscher in de hoofdrol.

Halverwege zweeft Visscher jammerend in een tuigje over het podium. Het gejammer heeft zowaar een reden: het tuigje is te strak vastgegespt. Auwauwauw oehoehoe! Collega Peter Heerschop frunnikt verwoed, maar krijgt Visscher niet bevrijd. Visschers voert het volume van zijn gejammer op. ‘Mijn velletje, auwauwauw oehoehoe, het tuigje zit tussen mijn velletje’.

Hihi…Hahaha! Ik kan het niet laten. Ik lach.

Maar Visscherfans, wees gerust: de technicus van de toneelgroep heeft hem losgegespt. Waarna de ‘rust’ weerkeerde.

woensdag 27 januari 2010

MUTS!

Bad, beren, bivak, bont. Dat het een trend is de meest vreemde mutsen op te zetten heb je vast al gezien. Sommigen zijn zo vergroeid met hun muts dat ze ‘m ook in clubs gewoon op hun kop houden. De sjaal is een ander verhaal. Die willen feestgangers maar al te graag kwijt, alleen gaat dat niet zomaar…

Club 1. Niets in de mouwen doen. Duidelijk.
Club 2. €1,- per item. Geldt dat dan ook voor sjaals?
Club 3. Sjaals in de mouwen a.u.b. Ook duidelijk, hoewel verwarrend na Club 1.
Club 4. ALLES APART! Oeps, sorry, ik trek ‘m eruit!

Na het ik-weet-niet-hoe-vaak verkeerd te hebben gedaan, check ik tijdens het afwikkelen van m’n sjaal (hoe kouder het wordt, hoe langer mijn sjaal – dus tijd zat) wat er op het bordje bij de garderobe staat.

Ik ben geloof ik de enige die dat doet. Nijdig sjort het garderobepersoneel van Club 1 sjaals uit de mouwen. Ook het meisje naast me, haar muts tot over haar ogen getrokken, heeft het bordje duidelijk niet gelezen.

‘Niets in de mouwen doen,’ gromt de garderobejongen en ik zie hem denken: ‘Zet die muts af MUTS!’

zaterdag 23 januari 2010

Metro open u

Ik benijd Ali Baba. Een simpel, ‘sesam, open u’ en er rolt een rotsblok opzij. Zelf ben ik sinds kort in het bezit van een spiksplinternieuw, hypermodern pasje. Geen metropoortje zal mij nog in de weg staan. Ik hoef er maar 1 ding voor te doen: mijn ‘reisrecht’ ophalen.

Een lange rij geluksvogels voor een apparaat dat lijkt op een postbus, maar dan kanariegeel. Het apparaat sputtert, pruttelt en piept. Eén voor één duwen de geluksvogels hun pasje in de gleuf, drukken op een paar knoppen, wachten en… druipen af.

Mietjes.

Mijn beurt. Pasje in de gleuf, knopjes drukken, kind kan de was doen :)

‘Even geduld a.u.b.’

‘… .’

‘…..’

‘TUUUT TUUUUT. VERWIJDER UW KAART’.

Alsof ik een klap in mijn gezicht krijg. Wat mankeert dit apparaat? Ontevreden over zijn uiterlijk? Ik kan het me voorstellen en fiets naar zijn broertje in een andere supermarkt. Zijn zusje in de AH to go en zijn neefjes en nichtjes op stations. Ligt het aan mij? Ben ik niet aardig? Mijn zelfvertrouwen daalt met de TUUUUT. De apparaten zijn onhandelbaar, ik moet bellen met de ouders.

‘Door drukte is de wachttijd langer dan u van ons gewend bent.’

Waarschijnlijk hebben de geluksvogels voor mij in de rij ook besloten te bellen. Ik wil de ouders opzoeken, maar ze hebben een geheim adres – waarvan wordt gefluisterd dat het alleen per metro bereikbaar is.

Op naar de metro dan maar. Voor de metropoortjes staan forse, rechthoekige boxen. Dankzij de duifgrijze kleur begrijp ik dat ik hier te maken heb met de opa’s en oma’s van de apparaten. Daar valt vast mee te praten, ‘reisrecht’ of niet. ‘Metro, open u.’ Maar nee:

‘Probeer opnieuw.’

‘Probeer opnieuw.’

‘Probeer opnieuw.’

‘Probeer opnieuw.’