donderdag 11 november 2010

Behoefte

Ik ben vast niet de enige die wel eens vergeet om de WC deur op slot te doen. Als ik mazzel heb heeft iemand me naar de WC zien gaan en word ik niet gestoord. Als ik pech hebt gebeurt meestal het volgende: zowel degene die stoort als ik die op de pot zit schaamt zich. Om dit te vermijden kies ik op mijn beurt meestal een toilet uit waarvan de deur al (half)open staat. Soms verras ik dan een kleuter die te klein om de deur dicht te kunnen/mogen doen, maar verder is het altijd een veilige keus geweest. Zeker op de universiteit, omdat ik daar nooit kleuters (in de letterlijke zin van het woord) zie.

Ik ben dan ook verbaasd als ik op de Stadscampus een halfopen WC deur verder open, en de WC bezet blijkt te zijn. En dan niet eens door een extreem hoogbegaafde kleuter, maar door een vrouw. ‘Sorry’, stamel ik, en ik schaam me (geheel volgens de onafgesproken regels van onze schaamtecultuur). De vrouw daarentegen blijft rustig zitten, geen enkele poging ondernemend om de deur dicht te doen. Ik vraag me af of ze wil dat ik dat doe of dat ze de deur met een reden openlaat?? Ze zou claustrofobisch kunnen zijn, dus het zekere voor het onzekere nemend laat ik de deur halfopen staan. Al heb ik als ik eerlijk ben helemaal geen boodschap aan haar behoefte.

dinsdag 2 november 2010

Zwart Water

Mijn favoriet van het Nederlands Filmfestival is zonder twijfel Zwart Water. In deze psychologische thriller verhuist een Nederlands gezin naar een Belgisch landhuis waar de negenjarige dochter Lisa wordt geplaagd door visioenen van een meisje dat beweert het dode tweelingzusje van Lisa’s moeder te zijn. Een afgelegen, oud huis, het zien van overleden familieleden, het zijn op het eerste gezicht eerder ingrediënten voor Scary Movie deel zoveel dan voor een psychologisch pareltje. Maar zodra het gezin voet over de drempel van het landhuis zet, zit ik op het puntje van mijn stoel.

Voortdurend vraag ik mij af of het mogelijk is dat Lisa het dode meisje echt ziet of dat het een net zo nep gegeven is als duurzame Nestlé chocola. Googelen naar ‘dode mensen zien’ brengt mij algauw op de site van medium (of mediageil charlatan?) Derek Ogilvie. Een site die Van Strien ook zeker bekeken heeft: ‘Ik was niet bang om overleden mensen te zien. Ik was meer overstuur omdat ik het tegen niemand kon vertellen. Ik wilde niet dat men me raar vond. Ik was me heel bewust, zelfs op die jonge leeftijd, van bewijs en wist omdat de verbinding met die bewuste spirit niet sterk was, dat ik niet bewijzen kon wat ik zag. Ik wilde er gewoon bijhoren bij mijn familie en vrienden, zoals ieder kind van 9 jaar oud.’

Het verschil tussen Zwart Water en Ogilvie is alleen dat Zwart Water de mythe dat kinderen dode mensen kunnen zien uiteindelijk ontkracht. Terwijl Ogilvie onlangs een theatertour is begonnen waar sensatiezoekers hem live telepathisch kunnen zien doen. Hoe zou een gesprek tussen beide heren verlopen? Ik kijk uit naar een ontmoeting, al dan niet in levende lijve.

donderdag 28 oktober 2010

Expeditie Decathlon

Soms weet je dat iets kansloos is, maar probeer je het evengoed. Behalve naar een barbecue gaan als het waait geldt dit ook voor het zoeken van een sportwinkel in een onbekend industriegebied. Maar na een uur BBB oefeningen te hebben gedaan, op een op z’n zachtst gezegd keiharde sportvloer, kan ik niet anders dan concluderen: ik heb behoefte aan een sportmat. Nu blijkt een mat minstens twintig euro te kosten, wat best veel is voor een matig buikspieroefeningenliefhebber als ik. De BBB-leraar, die meteen snapt wat voor vlees hij in de kuip heeft, tipt een winkel waar sportmatten vanaf €2,50 worden verkocht. Twintig (bus)minuten bij mij vandaan, maar ja, je bent een Hollander of niet.

Me verheugend op ozo strakke buikspieren wacht ik op de bus. Op mijn Ipod ondertussen de hits waarop we in de BBB les onze oefeningen doen. De bus komt niet, uitgevallen in verband met een ongeval, maar dat deert niet. Als de volgende bus bij de sportwinkelhalte aankomt voel ik nattigheid. Letterlijk, het begint te regenen, maar ook figuurlijk: op het kruispunt waar ik sta is geen winkel te bekennen. Wel flink wat loodsen, een beetje zoals aan de Amsterdamse Spaklerweg (mijn expeditie heeft trouwens ook wel wat weg van de keer dat ik de Powerzone zocht) en wat bouwvakkers. Normaal negeer ik die, maar nood breekt wet dus ik stap op ze af om de weg te vragen. Jammer genoeg spreken ze alleen Pools...

Om de hoek vind ik een wasserette. Blij als Hans en Grietje die het peperkoekhuisje ontdekken loop ik er binnen. Een wasvrouw die nodig wat aan haar buikspieren moet doen weet zowaar welke winkel ik bedoel: de brug over en dan ben ik er! Klinkt wel dat makkelijker dan het is: de brug is mega, minstens een kilometer lang. En het regent. Maar ja, alles voor de buikspiertjes, dus ik passeer loodsen en Polen en inderdaad: aan de andere kant van de brug staat de Decathlon. De Decathlon is een Belgische sportwinkel die qua oppervlakte niet onderdoet voor de Arena, en alles heeft wat je je op sportgebied zou kunnen wensen. In mijn geval: een sportmatje (jawel: €2,50!) en een flesje water met passievruchtsmaak. Het zal je niet verbazen dat ik me nog nooit zo heb verheugd op de volgende les.

dinsdag 19 oktober 2010

Expeditie BBQ

Soms weet je dat iets kansloos is, maar probeer je het evengoed. Bijvoorbeeld naar de barbecue gaan van een studiegenoot die ik nog nooit heb ontmoet, in een stad die ik niet ken, terwijl het zwaar bewolkt is. Maar omdat ik zowel de studiegenoot als de stad graag wil leren kennen ga ik toch op pad.

Met vegaburgers en sla in de hand (het is en blijft een studentenbarbecue) wacht ik op de internationale trein. Er wordt een vertraging van 25 minuten aangekondigd en mijn maag begint te knorren, maar ik weiger mijn eetlust te verpesten met stationsvoer! Of de burgers ook rauw te vreten zijn durf ik (nog) niet te proberen...

Na ruim twintig minuten schuifelt een stel bepakte en bezakte passagiers naar spoor 4. Vreemd, de internationale trein staat nog steeds aangekondigd op spoor 3. Ik loop achter ze aan en warempel, daar staat mijn trein! Of nee, daar gaat mijn trein: terwijl de gehaaidste passagiers op het knopje drukken zet het kreng zich doodleuk in beweging.Een fractie later klinkt het volgende omroepbericht: ‘Dames en heren, de internationale trein van 10:55 zal vertrekken van spoor 4.’ Zal vertrekken? Is zojuist vertrokken bedoel je! NS, dit meen je toch niet! Meer dan wachten op de volgende, de internationale trein gaat eens per uur, zit er niet in. Bovendien zwicht ik voor een sandwich :(


Het blijkt me vergeven, want eenmaal in Antwerpen is de barbecue voorbij. Voor zover er überhaupt sprake van was: mijn studiegenoot biecht op dat hij het ding door de hevige wind niet aan de praat heeft gekregen. Ik kan niet anders dan zeggen dat ik het echt heb geprobeerd. En dat de vegaburgers, op de vuilnisbak naast het station of in de mond van een willekeurige zwerver, het bewijzen...

vrijdag 15 oktober 2010

Roadie van Rox

Je komt op, ziet een zaal vol fans. Je verwacht applaus, hebt de neiging om te buigen, maar het gekke is: zodra ze je zien kijken ze weg. Dus je negeert je applausverwachting en onderdrukt de buigneiging, net zoals je dat gister deed en morgen zal doen.

Je bent roadie. Roadie van Rox. Als zij een concert heeft, zorg jij dat ze op het podium niets tekort komt. Zelfs aandacht kan je haar geven, mochten de fans van haar wegkijken zoals ze dat bij jou doen. Maar je weet al dat dat niet gebeurt. Dat Rox zo voor de microfoon gaat staan, die precies hoog genoeg hangt. Dat ze na twee of drie nummers een slok water neemt, uit het flesje waar de dop al half van open is gedraaid. Dat ze na een nummertje of vijf het zweet van haar hals wist met de handdoek die jij op het podium neer hebt gelegd.

Je bent haar toegewijd. Ongetwijfeld krijg je ervoor betaald, maar dat maakt het niet minder speciaal. Als ze een toegift geeft zie ik je in de coulissen uit je dak gaan. En als ze even later buigt en ik klap, dan doe ik dat ook voor jou, roadie van Rox.

donderdag 16 september 2010

Dunglish

Een ruimte binnenlopen waar je niemand kent. Eng, maar verrassend en daarom bijna altijd de moeite waard. Dinsdag schoof ik aan bij een symposium over Brain and Cognition, georganiseerd door de UvA. Ik ben geen psycholoog en zal daarom niks scherps opmerken over de inhoud van het symposium. Wat ik wil delen is dat de sprekers hilarisch, en tegelijkertijd schrikbarend, goed Dunglish bleken te spreken.

Dunglish is, voor wie het niet weet, een Nederlandse manier van Engels spreken. Een neerlandicus zou het steenkolenengels kunnen noemen, Maarten Rijkens schreef er het koffietafelboekje I always get my sin over (dat ik toch echt eens moet gaan lezen) en op Dunglish.nl staan allerlei filmpjes die een goed beeld geven van hoe Dunglish klinkt.
Twee uitspraken van een breinexpert, die op het symposium in uitstekend Dunglish uitlegt hoe cognitieve beeldvorming ontstaat:

What you do is the follow.’
Gevolgd door psychologisch verantwoorde uitleg, bladibla, en de conclusie:
Whether it’s a mill or a auto’
Cognitieve beeldvorming blijkt niet af te hangen van het soort beeld. En thank goedness ook niet van de manier waarop het wordt uitgesproken.

donderdag 9 september 2010

Bekerrapertjes

Een kleine tien jaar geleden gooide ik tijdens de Uitmarkt een plastic bekertje op de grond. Nog voor het bekertje goed en wel de grond raakte werd ie al geraapt door de man naast me. Een milieuactivist? Welnee, gewoon geldbelust: voor het bekertje had ik – zonder dat ik het wist – een euro statiegeld betaald.

Zo makkelijk is geld niet meer verdiend. De meeste festivals geven bezoekers een muntje (meestal zo’n €2,50 waard) als ze tien à twintig bekers inleveren. Het Vlielandse Into The Great Wide Open wilde onlangs veertig bekers zien voor ze een muntje gaven. ‘Wat veel’, dacht ik toen ik dat las, maar als snel wenste ik dat er honderd bekers voor een muntje nodig waren. De bekerrapertjes bleken een plaag.

Daderprofiel
Een bekerrapertje j/m ziet er meestal verdacht schattig uit. Leeftijd: 3-12. Haarkleur: overwegend blond. Overige kenmerken: assertief, doortastend, niet-op-het-mondje-gevallen, kortom: hondsbrutaal.

Hoe gaan ze te werk? Zoals er meer wegen naar Rome leiden verschilt ook de weg naar een muntje. ‘Mag ik jouw beker?’ is een veelgehoorde vraag, die logisch is, behalve als de beker nog vol zit. Een lege beker oprapen en meenemen is ok, tenzij de beker als afvalbak diende en het afval door het bekerrapertje op de grond wordt gegooid. Ook opmerkelijk: bekerrapertjes die voor je neus blijven wachten tot het biertje op is. De krantenkop: ‘Bekerrapertje brengt nacht door in cel wegens diefstal van bekervoorraad’ had me niet verbaasd.

‘Laat je drankje nooit onbewaakt achter’, waarschuwden mijn ouders vroeger. Nu pas begrijp ik waarom: een bekerrapertje is er zo mee vandoor. Op Into The Great Wide Open bewaakte ik een biertje met mijn leven. En als het op was? Dan joeg ik de plaag mijn buurt uit door het bekertje zo ver mogelijk weg te gooien. Liefst richting derde wereld, waar het rapen van plasticafval voor sommige kinderen van levensbelang is.